Eindwerk van het Technasium

Door: Rick Arentsen

Om erachter te komen wat de Meesterproef van het Technasium inhoudt, heeft BruggertSnuggert meneer Berendsen geïnterviewd. Vanwege het Corona-Virus dit keer via FaceTime.

Meneer Berendsen is docent Technasium en daarnaast, samen met meneer Roetenberg, een van de coördinatoren van het Technasium. Dat noemt men een Technator. Meneer Berendsen is al vanaf het begin betrokken geweest bij het Technasium op Bonhoeffer College Bruggertstraat: “Het Technasium bestaat landelijk 16 jaar dit jaar. Bij ons op school is het 15 jaar, wij zijn een jaar later begonnen.”

“Een Meesterproef”, vertelt meneer Berendsen, “is het eindwerk van de Technasium-leerlingen.”“Leerlingen kunnen vanaf de brugklas Technasium volgen. Eventueel kunnen ze vanaf de vierde klas Technasium kiezen als examenvak en in het examenjaar werken de leerlingen het hele jaar lang aan één project en dat heet de Meesterproef.”

Hoeveel leerlingen doen dit jaar de Meesterproef?

Dit jaar zijn er 25 leerlingen die de Meesterproef doen. “Dat wisselt heel erg van jaar tot jaar,” legt meneer Berendsen uit, “want dit jaar had ik 7 groepjes van havo en vwo samen en vorig jaar had ik 15 groepjes.”

Gaat de Meesterproef individueel of in groepjes?

Meneer Berendsen: “In principe in groepjes en heel uitzonderlijk een keer individueel. Meestal is het gewoon in groepjes van drie mensen, soms vier, soms twee, maar ongeveer drie mensen per groepje.”

Hoe komt een Meesterproef tot stand?

“Daar moeten de leerlingen best wel wat voor doen!”, vertelt meneer Berendsen.

De leerlingen beginnen meestal al voor de zomervakantie, in de voorexamenklas, dus 4 havo of 5 vwo. “Dan gaan de leerlingen eerst kijken wat willen ze graag en wat kunnen ze. Ze gaan zichzelf eigenlijk in kaart brengen: wat voor ervaring neem je mee als Technasiumleerling en waar liggen mijn interesses.” Vanuit die documenten gaan de docenten teams maken. De teams die daaruit ontstaan gaan dan vervolgens kijken wat voor soort opdracht ze zouden willen doen en wat voor bedrijf daarbij zou passen.

Meneer Berendsen vervolgt: “Dan gaan de leerlingen het liefst al voor de zomervakantie bedrijven benaderen om te kijken of die bedrijven opdrachtgever zouden willen zijn. Dat is eigenlijk de aanloop en vervolgens gaan ze de opdracht schrijven samen met het bedrijf. De opdracht die ze samen maken, gaan ze dan uiteindelijk de rest van het jaar uitwerken.”

Maar heeft u dan van alle onderwerpen verstand en hoe begeleidt u de leerlingen daarin?

“Ik heb natuurlijk natuurkunde gestudeerd, dus van die onderwerpen heb ik verstand. Maar er zijn ook onderwerpen, zoals de medische, waar ik echt bijna geen verstand van heb. En dit jaar hadden we een meesterproef die ging over voeding en daar heb ik echt nul verstand van. Maar op zich geeft dat niet, want dat is mijn rol ook niet. Ik hoef niet overal verstand van te hebben.”

Eigenlijk zitten er twee kanten aan de begeleiding en dat vindt meneer Berendsen wel leuk. De leerlingen hebben hun opdrachtgever en daarnaast een expertbegeleider – voor de Havisten is dat meestal iemand van Saxion die in dat vakgebied expert is en voor de VWO- leerlingen is dat vaak iemand van de universiteit, een masterstudent of een docent daar – dus die hebben de inhoudelijke expertise. De rol van meneer Berendsen is vooral om te kijken hoe het proces gaat, hoe de leerlingen met elkaar aan het werken zijn, worden afspraken nagekomen en hoe het zit met de planning en dat soort dingen.

Meneer Berendsen: “Wat ik heel leuk vind, is dat ik gewoon domme vragen kan stellen. Dat is denk ik ook nuttig. Die leerlingen bijten zich helemaal vast in hun onderwerp en dan komen ze heel erg in tunneltjes terecht en soms is het handig om even een domme vraag te stellen.”

Wat is de leukste Meesterproef die u zich kunt herinneren?

“Er zijn heel veel leuke Meesterproeven geweest moet ik eerlijk zeggen. Wat ik heel gaaf vond, was de eerste 10 die ik heb gegeven! Er komen zelden tienen uit de Meesterproef, maar ik heb 2 tienen gegeven en de eerste die hadden een rover, een karretje dat op de Jupitermaan Europa zou moeten landen, hadden ze bedacht. Maar dat hadden ze op zo’n geweldige manier uitgewerkt en zo gedetailleerd, dat was echt supergaaf! En ik heb denk ik 2 jaar terug een Meesterproef gehad, dat was een eenling, dat was een uitzondering, die had in zijn eentje een opdracht gemaakt voor een deurenbedrijf in Haaksbergen. Dat ging om een speciale tafel, want de deuren moeten tijdens de bewerking worden gekanteld en zo, maar die had dat ook supergaaf uitgewerkt, terwijl hij ook nog in zijn eentje werkte.”

Meneer Berendsen vindt heel veel andere opdrachten ook gewoon heel gaaf, het zijn er eigenlijk te veel om op te noemen. Dit jaar was er een hele mooie Meesterproef om de smaak van sojamelk te verbeteren, een heel ander onderwerp bij een opdrachtgever hier in de buurt. Meneer Berendsen is er voorlopig dus nog niet op uitgekeken: “Het zijn echt hele gave dingen. Ik leer ontzettend veel erbij door met die Meesterproeven bezig te zijn!”

https://www.wur.nl/nl/Onderwijs-Opleidingen/Wageningen-Youth-Institute/Terugblik-Wageningen-Youth-Institute/Chantel-Hoeve-van-het-Ir-Lely-Lyceum-in-Amsterdam-wint-Wageningen-Youth-Institute-2020.htm

Eindwerk van het Technasium

Door: Rick Arentsen

Om erachter te komen wat de Meesterproef van het Technasium inhoudt, heeft BruggertSnuggert meneer Berendsen geïnterviewd. Vanwege het Corona-Virus dit keer via FaceTime.

Meneer Berendsen is docent Technasium en daarnaast, samen met meneer Roetenberg, een van de coördinatoren van het Technasium. Dat noemt men een Technator. Meneer Berendsen is al vanaf het begin betrokken geweest bij het Technasium op Bonhoeffer College Bruggertstraat: “Het Technasium bestaat landelijk 16 jaar dit jaar. Bij ons op school is het 15 jaar, wij zijn een jaar later begonnen.”

“Een Meesterproef”, vertelt meneer Berendsen, “is het eindwerk van de Technasium-leerlingen.”“Leerlingen kunnen vanaf de brugklas Technasium volgen. Eventueel kunnen ze vanaf de vierde klas Technasium kiezen als examenvak en in het examenjaar werken de leerlingen het hele jaar lang aan één project en dat heet de Meesterproef.”

Hoeveel leerlingen doen dit jaar de Meesterproef?

Dit jaar zijn er 25 leerlingen die de Meesterproef doen. “Dat wisselt heel erg van jaar tot jaar,” legt meneer Berendsen uit, “want dit jaar had ik 7 groepjes van havo en vwo samen en vorig jaar had ik 15 groepjes.”

Gaat de Meesterproef individueel of in groepjes?

Meneer Berendsen: “In principe in groepjes en heel uitzonderlijk een keer individueel. Meestal is het gewoon in groepjes van drie mensen, soms vier, soms twee, maar ongeveer drie mensen per groepje.”

Hoe komt een Meesterproef tot stand?

“Daar moeten de leerlingen best wel wat voor doen!”, vertelt meneer Berendsen.

De leerlingen beginnen meestal al voor de zomervakantie, in de voorexamenklas, dus 4 havo of 5 vwo. “Dan gaan de leerlingen eerst kijken wat willen ze graag en wat kunnen ze. Ze gaan zichzelf eigenlijk in kaart brengen: wat voor ervaring neem je mee als Technasiumleerling en waar liggen mijn interesses.” Vanuit die documenten gaan de docenten teams maken. De teams die daaruit ontstaan gaan dan vervolgens kijken wat voor soort opdracht ze zouden willen doen en wat voor bedrijf daarbij zou passen.

Meneer Berendsen vervolgt: “Dan gaan de leerlingen het liefst al voor de zomervakantie bedrijven benaderen om te kijken of die bedrijven opdrachtgever zouden willen zijn. Dat is eigenlijk de aanloop en vervolgens gaan ze de opdracht schrijven samen met het bedrijf. De opdracht die ze samen maken, gaan ze dan uiteindelijk de rest van het jaar uitwerken.”

Maar heeft u dan van alle onderwerpen verstand en hoe begeleidt u de leerlingen daarin?

“Ik heb natuurlijk natuurkunde gestudeerd, dus van die onderwerpen heb ik verstand. Maar er zijn ook onderwerpen, zoals de medische, waar ik echt bijna geen verstand van heb. En dit jaar hadden we een meesterproef die ging over voeding en daar heb ik echt nul verstand van. Maar op zich geeft dat niet, want dat is mijn rol ook niet. Ik hoef niet overal verstand van te hebben.”

Eigenlijk zitten er twee kanten aan de begeleiding en dat vindt meneer Berendsen wel leuk. De leerlingen hebben hun opdrachtgever en daarnaast een expertbegeleider – voor de Havisten is dat meestal iemand van Saxion die in dat vakgebied expert is en voor de VWO- leerlingen is dat vaak iemand van de universiteit, een masterstudent of een docent daar – dus die hebben de inhoudelijke expertise. De rol van meneer Berendsen is vooral om te kijken hoe het proces gaat, hoe de leerlingen met elkaar aan het werken zijn, worden afspraken nagekomen en hoe het zit met de planning en dat soort dingen.

Meneer Berendsen: “Wat ik heel leuk vind, is dat ik gewoon domme vragen kan stellen. Dat is denk ik ook nuttig. Die leerlingen bijten zich helemaal vast in hun onderwerp en dan komen ze heel erg in tunneltjes terecht en soms is het handig om even een domme vraag te stellen.”

Wat is de leukste Meesterproef die u zich kunt herinneren?

“Er zijn heel veel leuke Meesterproeven geweest moet ik eerlijk zeggen. Wat ik heel gaaf vond, was de eerste 10 die ik heb gegeven! Er komen zelden tienen uit de Meesterproef, maar ik heb 2 tienen gegeven en de eerste die hadden een rover, een karretje dat op de Jupitermaan Europa zou moeten landen, hadden ze bedacht. Maar dat hadden ze op zo’n geweldige manier uitgewerkt en zo gedetailleerd, dat was echt supergaaf! En ik heb denk ik 2 jaar terug een Meesterproef gehad, dat was een eenling, dat was een uitzondering, die had in zijn eentje een opdracht gemaakt voor een deurenbedrijf in Haaksbergen. Dat ging om een speciale tafel, want de deuren moeten tijdens de bewerking worden gekanteld en zo, maar die had dat ook supergaaf uitgewerkt, terwijl hij ook nog in zijn eentje werkte.”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1.jpg

Meneer Berendsen vindt heel veel andere opdrachten ook gewoon heel gaaf, het zijn er eigenlijk te veel om op te noemen. Dit jaar was er een hele mooie Meesterproef om de smaak van sojamelk te verbeteren, een heel ander onderwerp bij een opdrachtgever hier in de buurt. Meneer Berendsen is er voorlopig dus nog niet op uitgekeken: “Het zijn echt hele gave dingen. Ik leer ontzettend veel erbij door met die Meesterproeven bezig te zijn!”


Praktijkvoorbeeld over het verbeteren van de smaak- en schuimkwaliteit van biologische sojamelk.

Door: Rick Arentsen

Het interview dat BruggertSnuggert onlangs had met meneer Berendsen over wat de Meesterproef inhoudt, smaakt naar meer! Als vervolg hierop in dit artikel een interview via Skype met Kimia Shoae Bargh, die samen met Jurre de Ruiter en Ruben Wartena een Meesterproef uitvoerde over sojamelk. Het team won met deze opdracht de tweede prijs tijdens de Wageningen Youth Institute 2020 van de World Food Prize Foundation.

Wat hield jouw Meesterproef in?

Kimia: “Mijn Meesterproef was een opdracht van het bedrijf ‘De nieuwe melkboer’ en de opdracht was eigenlijk om biologische sojamelk zo te maken dat het op natuurlijke wijze een betere smaak heeft en beter schuim geeft in koffie.” Voor deze opdracht heeft het team een aantal experimenten gedaan en vooral ook heel veel brononderzoek, waarna ze een verslag en aanbeveling hebben geschreven.

Hoe kwam je op dat onderwerp?

Kimia: “De opdrachtgever is een bedrijf van een oud-leerling van meneer Berendsen en hij had altijd al een soort van samenwerking tussen een team en dat bedrijf in gedachten. Wij hebben ons eigenlijk aangeboden om dat te doen, omdat wij het persoonlijk wel een interessant bedrijf vonden. En iemand uit onze groep wilde ook studeren met voedseltechnologie en vandaar dat wij hiervoor hebben gekozen.”

Hoe ging de taakverdeling?

Kimia: “De taakverdeling ging erg goed en de communicatie tussen de groepsleden was ook sterk waardoor de balans in de taken goed was. Bijvoorbeeld, ik ben misschien beter in brononderzoek en iemand anders is beter in presentaties dus zo hebben we dat een beetje verdeeld.” Goede communicatie is dus belangrijk voor de Meesterproef. Kimia vervolgt: “We hebben ook meerdere keren gewoon samen voor langere periode gewerkt aan bijvoorbeeld experimenten, dus eigenlijk was iedereen ook wel even betrokken en dat hielp ook wel bij de Meesterproef.”

Kwam je nooit vast te zitten in het project?

Kimia: “Vast wel een keer, ja. Het was eigenlijk ook wel zo dat ons project altijd wel iets had om nog verder uit te breiden, niet dat je denkt van nu heb ik alles, maar het project voelde nooit af en je kon altijd wel een stap extra zetten. Dus in dat opzicht hadden we wel altijd wat te doen.” Kimia legt uit dat ze tijdens de vakanties niet altijd bezig waren met de opdracht en daarom op het laatst wel heel veel moesten doen. Dat was wel een beetje vervelend.

Afbeelding met fles, binnen, tafel, zitten

Automatisch gegenereerde beschrijving

Wat hebben jullie bedacht?

Kimia: “Wij hebben dus bedacht dat we sojamelk op smaak brengen met behulp van havermelk en daar hebben we ook experimenten mee gedaan. We hebben een smaakpanel gehouden om te kijken wat mensen er van vonden. En we hebben schuimexperimenten gedaan, hoe goed het schuim is als je het mengt met havermelk. Uiteindelijk hebben wij dus gekeken naar welke verhouding het beste is. Omdat wij op school ook niet alles konden testen, hebben we met brononderzoek een soort van aanbeveling geschreven van hoe kan de sojamelk verder ontwikkeld worden terwijl het ook nog steeds een biologisch product blijft en dat is eigenlijk wat wij als product hebben.”

Wat vond je het moeilijkst, wat vond je het makkelijkst en wat vond je het leukst?

Kimia vond het het moeilijkst om op gang te komen. “Aan het begin hadden we nog niet heel veel motivatie om buiten school dingen te doen, maar naarmate we steeds verder kwamen en steeds meer nieuwe oplossingen zagen en naarmate het eind dichterbij kwam, was het voor ons wel makkelijker om te denken ‘Nu moeten we wel echt aan het werk, nu moeten we wel iets gaan doen.’ Dus in het begin was dat moeilijk, maar later werd dat steeds makkelijker.”

Volgens Kimia was het makkelijk om met ideeën te komen van wat ze konden doen, want het was echt een heel open project over hoe je de smaak verbetert en dat kan op heel veel verschillende manieren.

Kimia gaat enthousiast verder: “Ik vond het het leukst hoe serieus we werden genomen, want het bedrijf waar we mee samen werkten is eigenlijk een start-up bedrijf en dit was echt een actueel probleem voor hen. Onze opdrachtgever had ook heel veel aan het verslag dat wij uiteindelijk hadden gemaakt en het was echt ook heel fijn om te horen dat ze er heel blij mee waren en dat ze het ook echt gaan gebruiken. Dat maakte het voor ons ook echt en dat gaf ons ook meer motivatie om verder te gaan.”

Kun je iets meer vertellen over de wedstrijd in Wageningen?

Kimia: “Normaal gesproken gaat de expertbegeleiding via de UT, maar voor ons project was er niet echt een studie die daar op aansloot. Dus toen heeft meneer Berendsen in Wageningen gezocht en eigenlijk de enige manier waarop we expertbegeleiding konden krijgen, was als we meededen aan die wedstrijd.” Kimia vindt dit wel een leuk bijkomertje, zeker omdat ze daar ook hun best voor hebben gedaan en omdat ze tweede zijn geworden; dat voelde ook best wel leuk! Kimia vertelt: “Maar wat die wedstrijd nou precies inhoudt, dat is eigenlijk het wereldvoedselvraagstuk – namelijk dat wij in 2050 misschien niet genoeg levensmiddelen hebben, voedingsmiddelen om de bevolking te voeden – en daar moesten we dan een oplossing voor zoeken. Omdat onze sojamelk dus plantaardig is, sloot dat er wel goed bij aan en het was heel leuk om te doen eigenlijk, om te zien hoeveel ideeën mensen eigenlijk hebben en hoe serieus het eigenlijk werd genomen.”

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd bij 6 jaar Technasium?

Kimia denkt dat vooral de vaardigheden die je hoort te leren bij Technasium belangrijk zijn. Ze merkte dat je vooral in de onderbouw veel projecten doet en dan nog niet per se merkt dat je er iets van leert. Maar in de bovenbouw zag ze echt een stijgende lijn, qua onderzoekvaardigheden en hoe je leert plannen en hoe je leert samenwerken. “Dat zijn gewoon dingen die je heel onbewust leert, maar pas als je er op terugblikt, dan merk je hoe nuttig O&O eigenlijk is.” Kimia gaat verder: “Dat heb ik ook meegemaakt met de Meesterproef, want dat is ook precies iets wat je op de universiteit zou kunnen krijgen. Het geeft mij ook een voorsprong wat dat betreft en dat vind ik echt heel fijn aan O&O: dat je wordt klaargestoomd voor het ‘echte werk’. Ik kan het iedereen aanraden!”

Wat ga je na de Bruggertstraat doen?

Volgend jaar gaat Kimia Geneeskunde studeren in Leiden. “Dan ga ik hier weg helaas, maar ik kijk er wel naar uit om dat te gaan studeren.”