Meneer Wim Roetenberg met pensioen.

Terugblik op een leven in het voortgezet onderwijs

Meneer Roetenberg, teamleider van de bovenbouw havo, neemt per 1 oktober afscheid van de Bruggertstraat om te gaan genieten van zijn pensioen. Reden voor Bruggert Snuggert Nieuws om hem te interviewen voor een terugblik op 45 jaar in het voortgezet onderwijs.

Door: Rick Arentsen en Haike Strijker

 

Van leraar naar afdelingsleider

Meneer Roetenberg is in 1976 op z’n 21e begonnen met lesgeven, eerst op de Stolberg mavo. Door een fusie belandde hij in 1992 als een van de eersten op onze school, dat toen nog het Ichthus College heette.

Meneer Roetenberg: “Ik was eigenlijk de pionier hier. Ik gaf als hoofdvak geschiedenis met maatschappijleer, dat hoorde toen – en nu nog steeds wel – bij elkaar. Daarnaast gaf ik Nederlands in de onderbouw en ik heb zelfs nog heel even handvaardigheid gegeven. Ik heb op de mavo aan meneer Kobes geschiedenis gegeven, meneer Ehlert heb ik nog geschiedenis gegeven en ik heb meneer Olthof hier handvaardigheid gegeven!”

Sinds 10 jaar is meneer Roetenberg afdelingsleider. “Ik heb eigenlijk altijd vanaf het begin wel dingen naast het lesgeven gedaan, zoals mentor en begeleider van alle brugklassers en coördinator. Toen mij werd gevraagd om afdelingsleider te worden, heb ik in het begin gezegd dat ik wel les wilde blijven geven.  Ik heb namelijk voor het onderwijs gekozen voor het contact met de leerlingen. In het begin heb dat ook wel heel even gedaan, maar toen zei de toenmalige directeur dat dat gewoon niet lukt als je op zo’n grote locatie bent met veel leerlingen en collega’s onder je.” Meneer Roetenberg zag het als uitdaging om ook op een andere manier wat te kunnen doen voor de leerlingen en de locatie. “Als je die kans krijgt op je 55e, eind van je carrière al bijna: dat heb ik met veel plezier gedaan!” Tegenwoordig heet zijn functie trouwens anders. “Ik weet niet of ik bevorderd ben, maar sinds kort ben ik teamleider! Ik motiveer dus mijn collega’s.”

Mooie herinneringen

Er zijn heel veel momenten waar meneer Roetenberg met plezier aan terug denkt; het contact met leerlingen, maar ook met collega’s. “Dat je die brugklassertjes volwassen ziet worden. En wat nog minstens zo leuk is: dat ze af en toe nog eens terugkomen of je ziet ze in de kroeg of in de winkel en dat je dan ziet hoe groot ze zijn geworden. Dat je daar dan – misschien een beetje arrogant – maar dat je daar toch een bijdrage aan hebt geleverd. Dat vind ik echt fantastisch, daarvoor ben ik ooit het onderwijs in gegaan! Voor leerlingen iets te betekenen klinkt zo heel zwaar, maar wel om samen iets te bereiken.”

Gevraagd naar de mooiste momenten die hij heeft meegemaakt, noemt meneer Roetenberg als voorbeeld de voetbalwedstrijden met een team van leraren tegen de leerlingen, waar een heel spektakel van werd gemaakt. “Dat heeft niks met lesgeven op zich te maken, maar wel met de dingen eromheen.”

Meneer Roetenberg vindt het ook fijn dat de locatie Bruggertstraat het zeker de laatste jaren goed doet, ook al gaat het niet alleen om cijfers. “Ik loop al heel lang mee. Ik woon wel in Haaksbergen, maar ken Enschede goed. Als je ziet waar we nu staan, dan durf ik wel te stellen dat we tot een van de betere, misschien wel beste VO-scholen horen. En daar ben ik trots op!”

Meneer Roetenberg heeft ook hele mooie herinneringen aan het 1-op-1 contact met sommige leerlingen. “Af en toe ben ik een watje, maar dan heb ik een gesprek met een leerling en dan kan ik bijna met tranen in mijn ogen zitten. Wat je dan op dat moment hoort van zo’n leerling die toch nog op school is en die doet gewoon z’n ding; dat zijn voor mij wel emotionele dingen. Bij dat soort situaties maak je natuurlijk wel een vervolgafspraak, en hoe mooi is het dan dat je dat ook met elkaar kan delen. Dan krijgt die leerling geen 8 voor geschiedenis en ik krijg niet 100 euro meer salaris, maar het is gewoon heel fijn dat je dan dingen met elkaar kunt oppakken en dat je elkaar kunt vertrouwen.”

Moeilijk werk?

Meneer Roetenberg reageert direct: “Wat ik nìet moeilijk vind – maar dat vraag je niet – is dat je in je contacten met leerlingen af en toe ook even de ‘boeman’ moet zijn. Ik hoop niet dat ik dat ooit ben geweest, maar dat je wel even strak en duidelijk moet zijn en duidelijk moet maken hoe het zit. Mijn ervaring is dat bijna elke leerling dat begrijpt. Ik heb wel eens gevraagd aan de leerlingen “Als jij nou op mijn stoel zou zitten en je hebt iets uitgevreten, wat zou jij dan doen?” Als ze dan aangeven wat ze zouden doen, zijn ze veel strenger dan ik!”

Terugkomend op de vraag wat hij moeilijk vond aan zijn werk, zegt meneer Roetenberg: ”Wat ik het meest lastig vond en vind, is… Kijk, ik zeg net dat je je team inspireert en je team moet meenemen. Ik maak zelf ook onderdeel uit van dat team en ik wil graag dingen samendoen. Dus ik wil graag mèt het team werken om iets te bereiken, maar dan zijn er momenten bij dat je toch in je hiërarchie moet stappen. Om dan een stapje hoger te gaan staan en dan tegen jou als jij in mijn team bent te zeggen ‘Dat wil ik nu echt wel even anders hebben,’ dat vind ik lastig. Mensen aanspreken doe ik sowieso, maar om dan ook even door te pakken, vind ik wel lastig.”

Voor het Bonhoeffer College Bruggertstraat als onderdeel van een groter geheel vindt meneer Roetenberg het ook wel eens lastig wat er op een hoger niveau wordt bedacht. “Soms denk ik wel eens dat wat ze nu van ons vragen, vanuit een hoger niveau, ik weet niet of dat wel goed is voor onze locatie. Daar zei ik wel eens iets van en dat werd mij niet altijd in dank afgenomen. Maar ik deed dat wel in het belang van de leerlingen en voor de collega’s.” Daarnaast worden er vanuit Den Haag heel veel dingen beslist. “Dan wordt er bij een ministerie iets bedacht, dat wordt gedropt en dan moet dat uitgevoerd worden en dan gaat dat niet goed. Dan zegt de Tweede Kamer daar weer wat van en dan wordt het weer teruggedraaid. Ik heb wel eens gezegd “Je krijgt niet eens de kans om het te laten mislukken.” Heel snel moet er weer iets veranderen, omdat iets niet goed zou gaan, maar je hebt niet eens de kans om te bewijzen dat het wel kan of juist niet kan. Dat vond ik wel eens lastig.”

Collega en vader

Sinds enkele jaren werkt meneer Roetenberg samen met zijn eigen zoon, dat vindt hij heel bijzonder. “Pieter-Jan heeft bestuurskunde gestudeerd op de UT en als ik hem wel eens zei dat hij geschikt is voor het onderwijs, werd ik door hem uitgelachen. Dat vond hij allemaal maar niks. Maar nu is hij al langer dan 5 jaar hier, dus heb ik toch mijn gelijk gekregen en dat erkent hij dan ook wel.”

Over hun samenwerking is meneer Roetenberg heel tevreden. “Hij is technator en ik ben binnen de directie verantwoordelijk voor het Technasium, dus eens in de zoveel tijd heb ik met hem en met meneer Berendsen, de technatorenoverleg. Dan is het altijd wel grappig, want het is dan altijd Wim en als we thuis zijn is het pa. Af en toe vergist hij zich. Voor mij is het niet zo lastig, want ik mag hem altijd Pieter-Jan noemen!”

Afscheid, en dan..

Meneer Roetenberg: “Ik ga absoluut al die regels die er zijn niet missen, maar ik ga de contacten met leerlingen en collega’s en dit soort dingen echt missen. Daar ben ik van overtuigd, dat zal de eerste maanden wennen zijn.”

Er zijn nog geen concrete plannen wat hij gaat doen na 1 oktober. “Ik ben niet iemand die zo’n bucket list heeft, van ik wil een caravan kopen of dat ik een wereldreis wil maken, dat heb ik nooit gehad. Ik doe nu al het nodige vrijwilligerswerk en dat zal ik ook blijven doen. Ik ben al gevraagd door mensen in het dorp die weten dat ik met pensioen ga of ik tijd heb. Ik heb gezegd “Moet je me niet op 1 oktober bellen, maar moet je eerst even een maandje wachten.” Dus dat zal vast nog wel komen.”

En wellicht zien we meneer Roetenberg nog wel een keer voorbij komen. “Als er binnen het Bonhoeffer College nog een keer een klus is, er valt een teamleider uit of bij zwangerschap of ziekte, dan wil ik dat best doen. Ik ga niet meer 5 dagen in de week werken, maar voor een kortere periode een paar dagen in de week, dan wil ik dat wel doen. En als er niks komt, moet ik maar in de tuin aan het werk.” In ieder geval heeft meneer Roetenberg wel een aantal weken nodig om te wennen aan zijn vertrek en het gemis aan de Bruggertstraat. “Dit soort dingen,een beetje zeuren met leerlingen in het Atrium,even op lesbezoek en ook het contact met collega’s. Is daar therapie voor? Ik had er in het begin wel moeite mee, maar ik heb me er nu wel bij neergelegd. Dat klinkt wat negatief, maar dat is niet zo. Voor mij is dat ook de realiteit. Ik ben niet zo dom dat ik denk dat ze Roetenberg nog nodig hebben; niemand is onmisbaar.”

 

Opening Gymnasiumlokaal


Dinsdag 7 september was de opening van het enige echte Gymnasiumlokaal! Het totaal gerestylede lokaal werd geopend door het doorknippen van het rode lintje. De opening van het Gymnasiumlokaal moest natuurlijk op een feestelijke manier gevierd worden. Na het praatje van mevrouw Metz, de gymnasiumcoördinator, werd het lintje doorgeknipt en mocht iedereen naar binnen. Hier werden bubbels gedronken, alcoholvrij natuurlijk!  

 

Volgens mevrouw Berkien werd hier al langer over gesproken, omdat ze het gymnasium een eigen plekje wilden geven. Hier zou het zeker vertrouwd gaan voelen. Als je aan klassieke talen denkt, denk je eerder aan iets ouds en stoffigs. Het Gymnasium wilden ze juist in een modern jasje steken. ‘Je moet het eigenlijk vergelijken met het Technasium of Business school. Deze vakken hebben ook hun eigen lokaal’, vertelt mevrouw Berkien die ook bij de opening was.  

Beide mevrouwen Metz hebben over de inrichting nagedacht. Samen hebben ze het meubilair uitgezocht. Dit moest natuurlijk wel modern, want daar ging het juist om. Ook hebben ze verschillende afbeeldingen uitgezocht die op de muur konden. Nadat ze dat hadden uitgezocht, hebben ze alle gymnasiasten om hun mening gevraagd en daar kwam de Akropolis uit. Dit hangt nu op de gehele achterwand.  

 

We hebben natuurlijk twee Klassieke Talen docenten. ‘Hoe kwamen zij er bij om dat te gaan studeren en les in te geven?’ 

Mevrouw Metz vertelt dat ze eigenlijk ooit dierenarts wilde worden, maar toen ze naar de middelbare school ging bleek ze erg goed te zijn in klassieke talen. Nadat ze een rondreis in Italië maakte en opging in de cultuur in Pompeï en Rome bleek toch wel dat dat iets was wat ze echt leuk vond. De doorslag kwam toen ze mee ging met haar zus, ook mevrouw Metz, naar Nijmegen waar ze een dagje meeging kijken bij de universiteit.  

 

En meneer Algera? Dat is een simpeler verhaal! Hij keek naar zijn leraar die met zijn benen op zijn bureau zat en dacht bij zichzelf: ‘Wat zou het fijn zijn voor niets geld te verdienen’. Helaas bleek de werkelijkheid iets anders, want het is nu toch wel veel werk. Maar wel ontzettend leuk werk!’ 

 

Met dit vernieuwde Gymnasiumlokaal kan er nog meer onderwijs op maat gegeven worden en komen de Klassieke Talen tot leven.  

 

Warenar voorstelling 5 vwo


Afgelopen woensdag 30 juni heeft de 5 vwo klas van mevrouw Berendsen een mooie voorstelling van Warenar opgevoerd!  

Een onderdeel van het vak Nederlands is literatuurgeschiedenis. En in plaats van het lezen van lange en oude boeken had mevrouw Berendsen een creatieve invulling bedacht voor haar klas: het opvoeren van een toneelstuk uit de Middeleeuwen!  

Het opgevoerde stuk is uiteindelijk Warenar van P.C.Hooft en Samuel Coster uit 1617 geworden. Warenar bestaat uit vijf bedrijven en vertelt het verhaal van Warenar. Hij vindt namelijk een pot met goud van zijn grootvader en raakt geobsedeerd door de angst dat zijn pot gestolen wordt. Hij raakt achterdochtig van iedereen die in zijn buurt komt. Zijn dochter Claartje is zwanger, zonder dat Warenar dit weet, van Ritsert. Dit terwijl de oom van Ritsert, Rijckert, met Claartje wil trouwen. Warenar ziet dit aanzoek als een poging om zijn goud te stelen en begint zich steeds raarder en daardoor opvallender te gedragen. Uiteindelijk is zijn knecht, Lecker, die door gokken in de schulden zit, degene die de pot met goud probeert te stelen. Gelukkig redt Ritstert het goud voor Warenar, waardoor Warenar tot inkeer komt en het goud schenkt aan zijn dochter, die dan trouwt met Ritstert.  

De voorstelling is een echte teamprestatie waar iedere leerling wat voor heeft kunnen doen en waar iedereen erg trots op mag zijn!

Week van de Jarige Job


Taart, cadeautjes, trakteren en als kind kijk je er al  weken van te voren naar uit; je verjaardag! Een dag waarop gevierd wordt dat je er bent! Helaas geldt voor de tienduizenden kinderen die opgroeien in armoede, dat er geen feestje gevierd kan worden. Het geld is er simpelweg niet om een taart of cadeautjes voor hen te kopen. 

Daarom hebben afgelopen week vier 5 VWO leerlingen; Nynke Bats, Nina Jansen en Meinke van Oenen een actie opgezet: De week van Jarige Job. Voor deze actie konden jullie vanaf maandag 17 mei de hele week spullen doneren. En dat hebben jullie massaal gedaan!

De spullen zijn uiteindelijk gedoneerd aan Mendy Versteeg van de Stichting Verjaardagsbox Losser. Deze stichting maakt Verjaardagsboxen voor kinderen die opgroeien in armoede. In deze boxen zitten dan cadeautjes en traktaties, zodat zij er ook een leuke dag van kunnen maken!

“Jullie hebben heel veel kinderen met deze donaties ontzettend blij gemaakt!” Namens de Verjaardagsbox Losser ontzettend bedankt!

(Mendy Versteeg,  armoedecoördinator en medeoprichter Stichting Verjaardagsbox Losser)

 

Nogmaals super bedankt allemaal voor het doneren! Opdat iedere verjaardag gevierd kan worden!

Hieronder is nog een filmpje te bekijken met de opbrengst en een bericht van Mendy Versteeg:

https://www.youtube.com/watch?v=9svecWClN08