Meneer Wim Roetenberg met pensioen.

Terugblik op een leven in het voortgezet onderwijs

Meneer Roetenberg, teamleider van de bovenbouw havo, neemt per 1 oktober afscheid van de Bruggertstraat om te gaan genieten van zijn pensioen. Reden voor Bruggert Snuggert Nieuws om hem te interviewen voor een terugblik op 45 jaar in het voortgezet onderwijs.

Door: Rick Arentsen en Haike Strijker

 

Van leraar naar afdelingsleider

Meneer Roetenberg is in 1976 op z’n 21e begonnen met lesgeven, eerst op de Stolberg mavo. Door een fusie belandde hij in 1992 als een van de eersten op onze school, dat toen nog het Ichthus College heette.

Meneer Roetenberg: “Ik was eigenlijk de pionier hier. Ik gaf als hoofdvak geschiedenis met maatschappijleer, dat hoorde toen – en nu nog steeds wel – bij elkaar. Daarnaast gaf ik Nederlands in de onderbouw en ik heb zelfs nog heel even handvaardigheid gegeven. Ik heb op de mavo aan meneer Kobes geschiedenis gegeven, meneer Ehlert heb ik nog geschiedenis gegeven en ik heb meneer Olthof hier handvaardigheid gegeven!”

Sinds 10 jaar is meneer Roetenberg afdelingsleider. “Ik heb eigenlijk altijd vanaf het begin wel dingen naast het lesgeven gedaan, zoals mentor en begeleider van alle brugklassers en coördinator. Toen mij werd gevraagd om afdelingsleider te worden, heb ik in het begin gezegd dat ik wel les wilde blijven geven.  Ik heb namelijk voor het onderwijs gekozen voor het contact met de leerlingen. In het begin heb dat ook wel heel even gedaan, maar toen zei de toenmalige directeur dat dat gewoon niet lukt als je op zo’n grote locatie bent met veel leerlingen en collega’s onder je.” Meneer Roetenberg zag het als uitdaging om ook op een andere manier wat te kunnen doen voor de leerlingen en de locatie. “Als je die kans krijgt op je 55e, eind van je carrière al bijna: dat heb ik met veel plezier gedaan!” Tegenwoordig heet zijn functie trouwens anders. “Ik weet niet of ik bevorderd ben, maar sinds kort ben ik teamleider! Ik motiveer dus mijn collega’s.”

Mooie herinneringen

Er zijn heel veel momenten waar meneer Roetenberg met plezier aan terug denkt; het contact met leerlingen, maar ook met collega’s. “Dat je die brugklassertjes volwassen ziet worden. En wat nog minstens zo leuk is: dat ze af en toe nog eens terugkomen of je ziet ze in de kroeg of in de winkel en dat je dan ziet hoe groot ze zijn geworden. Dat je daar dan – misschien een beetje arrogant – maar dat je daar toch een bijdrage aan hebt geleverd. Dat vind ik echt fantastisch, daarvoor ben ik ooit het onderwijs in gegaan! Voor leerlingen iets te betekenen klinkt zo heel zwaar, maar wel om samen iets te bereiken.”

Gevraagd naar de mooiste momenten die hij heeft meegemaakt, noemt meneer Roetenberg als voorbeeld de voetbalwedstrijden met een team van leraren tegen de leerlingen, waar een heel spektakel van werd gemaakt. “Dat heeft niks met lesgeven op zich te maken, maar wel met de dingen eromheen.”

Meneer Roetenberg vindt het ook fijn dat de locatie Bruggertstraat het zeker de laatste jaren goed doet, ook al gaat het niet alleen om cijfers. “Ik loop al heel lang mee. Ik woon wel in Haaksbergen, maar ken Enschede goed. Als je ziet waar we nu staan, dan durf ik wel te stellen dat we tot een van de betere, misschien wel beste VO-scholen horen. En daar ben ik trots op!”

Meneer Roetenberg heeft ook hele mooie herinneringen aan het 1-op-1 contact met sommige leerlingen. “Af en toe ben ik een watje, maar dan heb ik een gesprek met een leerling en dan kan ik bijna met tranen in mijn ogen zitten. Wat je dan op dat moment hoort van zo’n leerling die toch nog op school is en die doet gewoon z’n ding; dat zijn voor mij wel emotionele dingen. Bij dat soort situaties maak je natuurlijk wel een vervolgafspraak, en hoe mooi is het dan dat je dat ook met elkaar kan delen. Dan krijgt die leerling geen 8 voor geschiedenis en ik krijg niet 100 euro meer salaris, maar het is gewoon heel fijn dat je dan dingen met elkaar kunt oppakken en dat je elkaar kunt vertrouwen.”

Moeilijk werk?

Meneer Roetenberg reageert direct: “Wat ik nìet moeilijk vind – maar dat vraag je niet – is dat je in je contacten met leerlingen af en toe ook even de ‘boeman’ moet zijn. Ik hoop niet dat ik dat ooit ben geweest, maar dat je wel even strak en duidelijk moet zijn en duidelijk moet maken hoe het zit. Mijn ervaring is dat bijna elke leerling dat begrijpt. Ik heb wel eens gevraagd aan de leerlingen “Als jij nou op mijn stoel zou zitten en je hebt iets uitgevreten, wat zou jij dan doen?” Als ze dan aangeven wat ze zouden doen, zijn ze veel strenger dan ik!”

Terugkomend op de vraag wat hij moeilijk vond aan zijn werk, zegt meneer Roetenberg: ”Wat ik het meest lastig vond en vind, is… Kijk, ik zeg net dat je je team inspireert en je team moet meenemen. Ik maak zelf ook onderdeel uit van dat team en ik wil graag dingen samendoen. Dus ik wil graag mèt het team werken om iets te bereiken, maar dan zijn er momenten bij dat je toch in je hiërarchie moet stappen. Om dan een stapje hoger te gaan staan en dan tegen jou als jij in mijn team bent te zeggen ‘Dat wil ik nu echt wel even anders hebben,’ dat vind ik lastig. Mensen aanspreken doe ik sowieso, maar om dan ook even door te pakken, vind ik wel lastig.”

Voor het Bonhoeffer College Bruggertstraat als onderdeel van een groter geheel vindt meneer Roetenberg het ook wel eens lastig wat er op een hoger niveau wordt bedacht. “Soms denk ik wel eens dat wat ze nu van ons vragen, vanuit een hoger niveau, ik weet niet of dat wel goed is voor onze locatie. Daar zei ik wel eens iets van en dat werd mij niet altijd in dank afgenomen. Maar ik deed dat wel in het belang van de leerlingen en voor de collega’s.” Daarnaast worden er vanuit Den Haag heel veel dingen beslist. “Dan wordt er bij een ministerie iets bedacht, dat wordt gedropt en dan moet dat uitgevoerd worden en dan gaat dat niet goed. Dan zegt de Tweede Kamer daar weer wat van en dan wordt het weer teruggedraaid. Ik heb wel eens gezegd “Je krijgt niet eens de kans om het te laten mislukken.” Heel snel moet er weer iets veranderen, omdat iets niet goed zou gaan, maar je hebt niet eens de kans om te bewijzen dat het wel kan of juist niet kan. Dat vond ik wel eens lastig.”

Collega en vader

Sinds enkele jaren werkt meneer Roetenberg samen met zijn eigen zoon, dat vindt hij heel bijzonder. “Pieter-Jan heeft bestuurskunde gestudeerd op de UT en als ik hem wel eens zei dat hij geschikt is voor het onderwijs, werd ik door hem uitgelachen. Dat vond hij allemaal maar niks. Maar nu is hij al langer dan 5 jaar hier, dus heb ik toch mijn gelijk gekregen en dat erkent hij dan ook wel.”

Over hun samenwerking is meneer Roetenberg heel tevreden. “Hij is technator en ik ben binnen de directie verantwoordelijk voor het Technasium, dus eens in de zoveel tijd heb ik met hem en met meneer Berendsen, de technatorenoverleg. Dan is het altijd wel grappig, want het is dan altijd Wim en als we thuis zijn is het pa. Af en toe vergist hij zich. Voor mij is het niet zo lastig, want ik mag hem altijd Pieter-Jan noemen!”

Afscheid, en dan..

Meneer Roetenberg: “Ik ga absoluut al die regels die er zijn niet missen, maar ik ga de contacten met leerlingen en collega’s en dit soort dingen echt missen. Daar ben ik van overtuigd, dat zal de eerste maanden wennen zijn.”

Er zijn nog geen concrete plannen wat hij gaat doen na 1 oktober. “Ik ben niet iemand die zo’n bucket list heeft, van ik wil een caravan kopen of dat ik een wereldreis wil maken, dat heb ik nooit gehad. Ik doe nu al het nodige vrijwilligerswerk en dat zal ik ook blijven doen. Ik ben al gevraagd door mensen in het dorp die weten dat ik met pensioen ga of ik tijd heb. Ik heb gezegd “Moet je me niet op 1 oktober bellen, maar moet je eerst even een maandje wachten.” Dus dat zal vast nog wel komen.”

En wellicht zien we meneer Roetenberg nog wel een keer voorbij komen. “Als er binnen het Bonhoeffer College nog een keer een klus is, er valt een teamleider uit of bij zwangerschap of ziekte, dan wil ik dat best doen. Ik ga niet meer 5 dagen in de week werken, maar voor een kortere periode een paar dagen in de week, dan wil ik dat wel doen. En als er niks komt, moet ik maar in de tuin aan het werk.” In ieder geval heeft meneer Roetenberg wel een aantal weken nodig om te wennen aan zijn vertrek en het gemis aan de Bruggertstraat. “Dit soort dingen,een beetje zeuren met leerlingen in het Atrium,even op lesbezoek en ook het contact met collega’s. Is daar therapie voor? Ik had er in het begin wel moeite mee, maar ik heb me er nu wel bij neergelegd. Dat klinkt wat negatief, maar dat is niet zo. Voor mij is dat ook de realiteit. Ik ben niet zo dom dat ik denk dat ze Roetenberg nog nodig hebben; niemand is onmisbaar.”

 

Wie is mevrouw Berkien?


Afgelopen donderdag hebben wij mevrouw Berkien geïnterviewd met jullie vragen. Hier is een superleuk gesprek uit voortgekomen. Benieuwd??! Lees snel verder.

Onze eerste vraag was: Hoe is het met u? Gelukkig gaat alles goed! Ze probeert alles zo positief mogelijk te blijven bekijken. Zo vindt ze het leuk dat ze nu uitgedaagd wordt om op een andere manier te denken en leiding te geven. Bovendien probeert ze zichzelf uit te blijven dagen. Ze verplicht zichzelf om elke dag minimaal 10.000 stappen te zetten. Wel mist ze de leerlingen heel erg.

Daarna vroegen we wat er veranderd is voor haar, nu de leerlingen thuis les krijgen. Ze zei dat haar baan redelijk is veranderd. Zo heeft ze ’s avonds minder overleggen en probeert ze haar collega’s nu extra te steunen. Ook is ze veel bezig met corona en hoopt ze dat we op 1 maart weer op school mogen komen.

Mevrouw Berkien gaf een verrassend antwoord op de vraag: Heeft u ooit voor de klas gestaan? Ze zei dat ze vroeger economiedocente was en veel leuke opdrachten met haar leerlingen deed. Ze zei dat ze het leuk vond om met groepjes leerlingen te beleggen en dat ze zelfs sollicitaties met haar leerlingen oefende.

Vervolgens vroegen we haar of ze nu van beroep zou veranderen en welk beroep dat dan zou zijn? Hierop antwoordde ze dat ze het liefst binnen het onderwijs zou blijven en weer voor de klas zou willen staan. Maar als ze geen docent zou worden, dan had ze wel graag een leidinggevende rol in een verzorgingshuis gehad.

Ze kon snel antwoorden op de vraag naar haar leukste herinnering uit haar carrière. Dit was de keer dat ze op tafel ging staan om de aandacht van haar leerlingen te krijgen. Dit werd gezien door haar teamleider en zij kwam daardoor in de problemen. De leerlingen zagen dit en wilden niet dat ze nog meer in problemen kwam en gingen goed leren voor hun examen en scoorden daarom heel hoog. Hierdoor zag de directie ook in dat het idee van de tafel wel degelijk een functie had.

Ook hebben we de vraag gesteld of ze huisdieren heeft. Het antwoord hierop is dat ze een teckel heeft genaamd Flavius. Hij loopt ook altijd mee bij de 10.000 stappen challenge en is daarom erg gespierd.

Bovendien hebben we gevraagd hoe haar eigen schooltijd was. Deze heeft ze als niet heel leuk ervaren, omdat ze altijd alles heel goed wilde doen en binnen de lijntjes kleurde. Achteraf gezien heeft ze een beetje spijt dat ze niet wat meer genoten heeft.

Verder hebben we het even gehad over mevrouw Berkiens opvallende outfits, die veel leerlingen wel eens zijn opgevallen. Ze vertelde dat ze houdt van mooie kleding en hakschoenen. Ze ziet het kopen van mooie kleding dan ook als een beloning voor haar harde werk. Ook voelt ze zich zelfverzekerder als ze er mooi uitziet.

Als laatste vroegen we nog of ze nog een boodschap wil meegeven aan de leerlingen. Ze zei dat wij ons juist nu moeten ontwikkelen en moeten zoeken naar onze talenten. Als je ergens hard voor werkt, kan je veel bereiken.

Terugblik en vooruitblik op corona


Met mevrouw Berkien  

Ik denk dat we het allemaal wel gemerkt hebben de afgelopen maanden, immers kunnen we er niet meer om heen, de coronamaatregelen. Ook op school waren er aardig wat veranderingen. Samen met mevrouw Berkien blikken we terug op de afgelopen maanden.  

Het begon natuurlijk allemaal in maart met de sluiting van de scholen, toen we plotseling over moesten gaan op online lessen. We hebben natuurlijk allemaal gemerkt dat dit even wennen was, maar dit was ook zeker het geval bij de leraren. Zo vertelde mevrouw Berkien ons: ‘Ik heb een voorbeeld van een leraar, waarvan ik zeker weet dat deze niet graag aan teams was begonnen. Dit vertelde hij mij ook aan het begin. Maar toen ik hem een paar weken later sprak, was hij helemaal om.’ In dit opzicht was deze plotselinge lockdown redelijk positief. Alle leraren zijn nu namelijk helemaal gewend aan teams. De bedoeling was immers al dat we hier mee zouden gaan werken en nu moest iedereen zich hier gedwongen in verdiepen.  

Op de vraag: Denkt u dat we een leerachterstand heb opgelopen door de thuislessen? Kregen we als antwoord: ‘Ik denk dat jullie niet zo zeer een leerachterstand hebben opgelopen op het gebied van de theorie. Deze is namelijk voldoende overgebracht door de videolessen. Ik denk eerder dat jullie een achterstand hebben opgelopen op het sociale gebied.’ Volgens mevrouw Berkien is dit nu dan ook erg te merken. Zo ziet ze nu veel vaker dat leerlingen langer op school blijven hangen en veel meer met elkaar praten in de pauzes in plaats van op hun telefoon te zitten. Iets wat ze ook terecht opmerkte was dat leerlingen veel aardiger doen naar elkaar en naar collega’s. Een voorbeeld dat ze hierbij noemde was een leerling die vroeg of hij haar tas zou dragen. Dit is dan ook zeker iets positiefs dat uit deze lockdown is voortgekomen. Daarom is het ook zeer belangrijk om bij een volgende lockdown ook zeker aandacht te besteden aan het sociale aspect in de lessen.  

Daarnaast benadrukt ze dat ze ons allemaal heel erg heeft gemist en nu heel erg geniet van onze aanwezigheid in school.  

 

Hoe nu verder?  

Met de steeds strengere maatregelen vragen wij ons natuurlijk af hoe het verder gaat met school. Het doel is natuurlijk om de scholen open te houden. Daarom heeft mevrouw Berkien dagelijks contact met de GGD om te overleggen over het hoe nu verder. Mevrouw Berkien haalt hier heel veel steun uit. Zij zijn bijvoorbeeld erg behulpzaam geweest bij de besmetting van een van de leerlingen. In overleg met de GGD is toen besloten dat er geen verdere maatregelen op school nodig waren, aangezien de leerling niet op school was terwijl hij besmettelijk was.  

Ook wordt er op school continu met vier situaties rekening gehouden waarbij situatie één volledige opening van de school is en situatie vier een situatie is waarbij alle leerlingen thuis zitten. De situaties die hier tussen zitten zijn situatie twee en drie . Bij situatie twee gaan de klassen om de week naar school en bij situatie drie gaan alleen leerlingen van bepaalde klassen naar school, bijvoorbeeld de examen klassen. Continu wordt gekeken wat de beste situatie is.  

Daarnaast vragen veel leerlingen zich af hoe zit het met de uitjes. Deze zijn namelijk allemaal gecanceled. Mevrouw Berkien drukte ons op het hart dat er gebruik wordt gemaakt van elke opening. Stel dat er een vaccin komt in februari, dan zal de school proberen toch een aantal uitjes te organiseren voor later in het jaar. Hierbij zullen ze dan niet weglopen voor de hectiek, moeite en het financiële plaatje. De school zal dan zo veel mogelijk gemiste kansen goed proberen te maken. Mevrouw Berkien begrijpt heel goed dat het voor ons leerlingen niet leuk is, alleen wil ze niet op haar geweten hebben dat door uitjes besmettingen plaatsvinden. Ze probeert dan ook voor de kerstmaand iets te organiseren binnen de richtlijnen van het RIVM. Het zal niet denderend zijn, maar op dit moment is het belangrijk om te genieten van de kleine dingen.  

Als laatste wilde mevrouw Berkien graag het volgende zeggen: ‘Heb vertrouwen dat we zien dat jullie in een lastige situatie verkeren, heb vertrouwen dat we naast lessen ook oog voor de sociale vorming hebben (en leuke activiteiten) en heb vertrouwen dat we waakzaam zijn.’’  

BonhoefferBoekenClub


Is lezen je hobby of juist niet? Goed nieuws voor jou! Er komt een nieuwe boekenkast waaruit je boeken kunt lenen of juist in kunt zetten.

De boeken in de mediatheek zijn niet voor iedereen even aantrekkelijk, daarom leek het mevrouw Bies leuk om dit initiatief te nemen. Het idee is dat als we zelf de boeken doneren, er ook leuke boeken in de kast komen te staan. Het idee is al uitgevoerd onder de leraren, er is een kast in de lerarenkamer geplaatst. Tot nu toe is het een groot succes.

Heb jij een leuk boek dat je niet meer gebruikt en door een ander kan worden gelezen? Breng hem naar mevrouw Bies! Je boek wordt een zwerfboek en in de kast geplaatst. Wil je graag een kijkje nemen? Op dit moment wordt de kast gebouwd bij techniek. We laten weten wanneer je kunt komen rondsnuffelen.

Bring Your Own Device: onderwijs van de toekomst?

– Interview met meneer Nijhof –

Laptops hebben tijdens de coronaperiode voor de zomervakantie hun dienst wel bewezen. Via je laptop kon je thuis lessen volgen en verslagen en opdrachten maken. Vanaf dit schooljaar kun je ook op school met je laptop werken; dat wordt aangeduid met ‘Bring Your Own Device’. Je kunt ervoor kiezen om de laptop via school te kopen of te huren, of je kunt natuurlijk je eigen laptop gebruiken. Meneer Nijhof is ICT-er en heeft dus verstand van laptops en BruggertSnuggert sprak met hem over wat hij van het gebruik van laptops vindt.

 

Door: Rick Arentsen

Waarom is ervoor gekozen om op school gebruik te gaan maken van laptops?
Meneer Nijhof antwoordt: “Omdat heel veel methodes toch meer en meer digitaal beschikbaar zijn. En je moet wel, want als je nu gaat kijken naar HBO of universitair onderwijs dan heb je bijna niet eens meer boeken. Alles gebeurt daar al digitaal, dus je moet als school ook een beetje met je tijd mee gaan.”

Wat zijn de voor- en nadelen?
Meneer Nijhof begint met een nadeel: “Het kan voor behoorlijk wat afleiding zorgen, omdat je ook je Facebook en Instagram en alles voor je kunt hebben wat natuurlijk niet de bedoeling is.” Daar staan meer voordelen tegenover, vindt meneer Nijhof: “Je kan direct tijdens de lessen aan je huiswerk beginnen. Je kunt ook direct dingetjes opzoeken, op YouTube of in een methode. Je kunt aan je werkstukken gaan werken. Je kunt met Teams alvast overleggen met andere docenten. Je kunt makkelijk samenwerken. Je hebt altijd al je schoolbestanden en je boeken bij je.”

Waarom is het nog niet verplicht om een laptop mee te nemen? En gaat het misschien nog verplicht worden?
Dit is volgens meneer Nijhof wel logisch omdat een laptop natuurlijk een hele hoop geld kost, dus om dat van de ene op de andere dag te gaan verplichten is een beetje te snel. “Het zou misschien wel op termijn kunnen, maar dan is dat nog niet volgend jaar, maar misschien over een aantal jaren wel.” Voorlopig blijven alle docenten nog grotendeels uit het boek lesgeven, dat zal ook wel moeten want nog niet alle leerlingen hebben een laptop.

 

Maakt het veel uit welke laptop je gebruikt?
“Nee, op zich niet,” legt meneer Nijhof uit, “het liefst wel een Windows-laptop of een Apple, omdat je daarmee de volledige functionaliteit hebt. Een Chromebook kan ook wel, alleen dan zit je constant in de Cloud te werken wat niet handig is. Net zoals dat de apps die je dan online hebt niet de functies hebben die Word wel heeft.”

 

Zijn er dan nog speciale apps of programma’s die gebruikt gaan worden op de laptops of gaat het gewoon via het internet?
Meneer Nijhof: “Bijna alles gaat via het internet, omdat je daar via Somtoday bij al je leermiddelen kunt komen. Met Office365 werk je ook veel. Dat kun je gewoon installeren omdat je daar via school een abonnement op hebt en met Office365 ziet alles er toch net iets mooier en net iets beter uit. En dat geldt ook voor het Technasium als je gaat programmeren met Arduino of met Sketchup bezig gaat, dan kun je dat ook rechtstreeks op je laptop doen.”

 

De school wordt dus moderner door BYOD, zijn er nog meer plannen voor de toekomst?
Meneer Nijhof merkt op: “Ja, vast wel. We zijn nu nog bezig met een pilot voor het uitrollen van de laptops en daar zijn we net mee begonnen. Docenten moeten er eerst aan wennen, net zoals dat de leerlingen eraan moeten wennen. Ergens rond kerst gaan we pas evalueren. Dan gaan we kijken welke klassen maken er nu gebruik van, en dan zal er vast nog wel meer uitgerold worden. Maar wel in hele kleine stapjes, vooral in kleine stapjes.”

 

 

Er zitten dus best veel voordelen aan het gebruik van laptops op school, maar het duurt nog wel even voordat iedereen er een heeft en op school mee werkt. Met Bring Your Own Device zet de Bruggertstraat weer een stapje naar het onderwijs van de toekomst.

 

 

 

 

 

Eindexamen in coronatijd


Dit jaar zijn er natuurlijk heel veel dingen anders. Zo ook de eindexamens. Op 24 maart vertelde minister van onderwijs Arie Slob dat de centrale examens niet meer door zouden gaan. Onder andere Bram Oort (5H), Lily Rijnberg (5H), Torben Aalbers (6V) en Marloes van Alstede (6V) kregen hiermee te maken. 

Alleen Bram had het een klein beetje aan zien komen, de andere leerlingen niet. ‘Ik dacht lang dat deze zou worden doorgeschoven, naar bijvoorbeeld de zomervakantie.’ Het missen van de examens en alles eromheen heeft volgens de leerlingen twee kanten. Het scheelt heel veel werk natuurlijk, maar de reizen, gala’s en andere leuke activiteiten gaan ook niet door, dus dat is wel erg zuur. Marloes heeft al havo gedaan en Bram gaat na de havo nog vwo doen, zij hebben dus wel de examenervaring die Torben en Lily missen. Torben: ‘Het voelt niet alsof we deze zes jaar echt hebben afgesloten. Je werkt immers wel voor zo lange tijd naar de examens toe.’ 

De leerlingen werden tussen 10 en half 12 gebeld door hun mentoren. Daarna hebben ze het gevierd met het gezin en een kleine groep vrienden. ‘Het liefst hadden we natuurlijk met onze hele vriendengroep een mooi feest gegeven, maar ik heb nog steeds wel een hele mooie dag gehad.’ Aldus Lily. Ook via sociale media en kaartjes hebben veel mensen die anders langs waren gekomen iets van zich laten horen. 

De leerlingen hebben als vervanging van de gala’s en andere activiteiten een jaarboek gemaakt. Een paar leerlingen van zowel de havo als het vwo zijn hier druk mee bezig geweest. Er staan stukjes in van docenten, foto’s en natuurlijke de bekende jaarboek quotes. Lily en Torben zitten in de organisatie en vertellen dat het veel werk is, maar ook erg leuk is om te zien. ‘Het jaarboek is bijna een diploma-uitreiking in boekvorm.’ Ook de andere leerlingen zijn erg enthousiast. Marloes: ‘Ik vind het echt een superleuk idee! In Amerikaanse films zie je heel vaak zo’n jaarboek dat je voor altijd kan bewaren. Alleen om het bedenken van de quotes hebben we al superveel lol gehad.’ 

De leerlingen zijn vooral teleurgesteld dat de examenreizen niet doorgaan. Zo vertelt Bram: ‘Ik zou met een aantal vrienden op examenreis gaan naar Texel. Helaas is dat niet doorgegaan…’ Torben en zijn vrienden zouden naar de omgeving van Alicante in Spanje gaan, en Marloes had een reis naar Albufeira (Portugal) met vriendinnen gepland staan. Voor Lily wordt ook het Cambridge Advanced Engels examen opgeschoven, wat natuurlijk ook ontzettend balen is. Vooral omdat de hele studie van Lily Engelstalig is. 

Volgend jaar gaat Torben Lucht- en Ruimtevaarttechniek studeren in Delft. Marloes gaat Personeelswetenschappen studeren in Tilburg. Lily gaat na de vakantie beginnen aan het Saxion met de opleiding HBO International Business. Bram blijft nog twee jaar bij ons op school om het vwo te doen. Veel succes allemaal!