Lesgeven in Coronatijd


Ervaringen van docenten met digitaal lesgeven

In de afgelopen periode moesten de docenten vanwege de Corona-crisis plotseling omschakelen van klassikaal lesgeven naar digitaal lesgeven. De redactie van BruggertSnuggert is benieuwd hoe ze dat ervaren hebben en hoe ze er mee omgaan. Dit keer interviewen we mevrouw Brunink, docente Duits, via Teams.

Door: Rick Arentsen

Hoe bereidt u de lessen voor?
Mevrouw Brunink antwoordt: “Ik bereid mijn lessen eigenlijk bijna niet anders voor dan anders. Normaal als we op school zitten dan bereid ik de lessen ook gewoon goed voor, met een PowerPoint en met de planners op Its Learning, dat soort dingen. Alleen een stukje extra dat er nu bij is gekomen, is de planner en het lesmateriaal ook op Teams. Ik probeer het ook echt nog duidelijker te maken dan wanneer we wel naar school gaan, dus echt dat constant de bladzijdes erbij staan en dat soorten dingen wel.”
Mevrouw Brunink maakt nu van alles wat ze uitlegt ook nog een filmpje. Dat is wel extra en het is even wat werk, maar ze gelooft wel dat leerlingen het kijken en er iets aan hebben.

Is het makkelijk om rustig vanuit huis les te geven?
“Ja, voor mij is het op zich wel makkelijk lesgeven, of rustig lesgeven,” vertelt mevrouw Brunink. “Ik woon een beetje samen met mijn vriend, maar die is natuurlijk ook aan het werken, dus ja ik ben over het algemeen gewoon alleen, ik heb geen kinderen of zo, geen huisdieren, helemaal niks, dus ik kan prima rustig lesgeven.”

De wifi van mevrouw Brunink doet het eigenlijk altijd wel goed en dat moet ook wel als je digitaal les wilt geven. Alleen maandagochtend was de wifi even weggevallen, maar dat was pas voor de allereerst keer en dat was gelukkig niet eens tijdens een les. “Anders zou ik wel een beetje in paniek raken, denk ik. Maar goed, de wifi doet het.”

Hoe ervaart u het dat u gewoon tegen een zwart scherm praat?
Mevrouw Brunink legt uit: “Ja, dat vind ik soms wel een beetje gek, want dat had ik vanmorgen ook nog even kort. Dan vraag je aan de klas, zijn er nog vragen, en dan is het gewoon helemaal stil en dat vind ik heel gek en dan heb ik liever nog dat er 3, 4, 5 leerlingen tegelijkertijd beginnen te praten dan dat het helemaal stil is. Vanmorgen had ik dus wel even de gedachte dat ik gewoon tegen mijn computer zit te praten.” Volgens mevrouw Brunink zitten er zowel voor- als nadelen aan. Van de ene kant is het soms heel erg rustig en kan ze lekker met de les doorgaan en ze heeft het idee dat ze ook echt een uur de tijd heeft. Maar soms vindt ze het ook wel een beetje saai en mist ze het om de leerlingen te zien.

2214

Hoe gedragen de leerlingen zich, in de lessen en met het huiswerk?
“Goed, ik heb de eerste 2 weken natuurlijk die regels voor tijdens de digitale lessen nog steeds benoemd,” reageert mevrouw Brunink. “Daarna heb ik dat niet meer gedaan, omdat het eigenlijk wel goed ging. Je moet natuurlijk als je een vergadering hebt in Teams ervoor zorgen dat niemand anders kan presenteren. Dat zijn allemaal functies die je aan kunt zetten. Ik vind eigenlijk wel dat mijn klassen het aardig doen en ook qua huiswerk en zelfs met extra opdrachten of extra uitleg. Ja, ik vind dat eigenlijk wel heel veel goed gaat.”
Op het huiswerk maken heeft mevrouw Brunink geen controle, maar ze vertrouwt erop dat de leerlingen dat wel doen. Als iemand één keer zijn huiswerk vergeet, zou mevrouw Brunink die leerling daarop aanspreken of misschien een berichtje sturen. Als het vaker is, wordt er aan de bel getrokken en wordt de mentor ingelicht. Als het nog vaker is dan wordt er ook gewoon even naar huis gebeld, maar die stap heeft ze nog niet hoeven zetten. Het zijn ook de stapjes die normaal worden gezet op school.

Wat mevrouw Brunink met het huiswerk probeert te doen, is bijvoorbeeld dat je vorige week wat uitgelegd had gekregen en dat moest leren, dan begint mevrouw Brunink de volgende les met even een korte terugblik met wat vragen en dan kan ze snel checken of het ook echt is geleerd. Mevrouw Brunink vervolgt: “Ik kan nu niet in boeken kijken, dus dat is toch een stukje wederzijds vertrouwen. Ik vertel ook iedere les dat de leerlingen het moeten nakijken en ik denk dat dat bij de meesten wel binnenkomt. Tuurlijk zullen er leerlingen zijn die het niet nakijken, maar die hebben zichzelf ermee.”

Wat vindt u van de online lesmethode, is dat niet handiger?
Mevrouw Brunink legt uit: “Ja en nee, ik heb natuurlijk aan het begin van het jaar de online lesmethode geïntroduceerd en toen heb ik ook gezegd als je daarmee wil werken dan kan dat. Van mijn bijna 300 leerlingen denk ik dat dat er 5 uiteindelijk zijn gaan doen, dat zijn er heel weinig. Ik ben liever vanuit het boek bezig, dat ik ook in de klas kan rondlopen. Dat zal volgend jaar anders zijn met ‘bring your own device’. Toen de hele coronacrisis begon, had ik echt zoiets van hoe gaan we nu te werk en ik heb er gewoon heel bewust voor gekozen om gewoon op mijn oude manier te blijven doorwerken.” Volgend jaar is mevrouw Brunink wel van plan om meer met de online lesmethode te werken en dan heb je een boek èn een laptop op tafel.

Wat is voor u uiteindelijk het belangrijkste verschil tussen normaal lesgeven en digitale lessen?
Mevrouw Brunink vertelt: “Het contact met de leerlingen! Ik mis het echt dat ik de leerlingen niet zie. Gewoon het binnenkomen, even een praatje, even een grapje dat soort dingen en natuurlijk ook gewoon de lessen voor het bord staan uitleggen. Ik word ook echt heel moe van de hele dag zitten, ik ben liever in beweging.”

Meneer Baalhuis en zijn haar

Het is veel mensen wel opgevallen dat meneer Baalhuis een nieuw kapsel heeft. Hij heeft namelijk in de kerstvakantie een haartransplantatie gedaan. Wij waren benieuwd naar het verhaal hierachter. Daarom hebben we meneer Baalhuis geïnterviewd.

 

 

Wij vroegen ons eerst af waarom meneer een haartransplantatie heeft gedaan, want hij heeft toch altijd een volle bos gehad. Dit bleek niet helemaal waar te zijn. Het bleek namelijk een haarwerk te zijn, alleen de zijkanten waren zijn eigen haar. Vier jaar lang moest hij voor zijn haarwerk iedere zes weken naar een speciale kapper. Hier was hij wel een beetje klaar mee. Hij wilde iets anders en wist dat hij klaar was voor een transplantatie.

 

In de kerstvakantie was het dan zover. Hij ging een haartransplantatie in Turkije doen. De reden dat hij hiervoor koos, was omdat het hier goedkoper is. Hij vond het spannend, maar het viel uiteindelijk best mee. Hij vertelt dat het eigenlijk alleen de eerst nacht echt last had. Dit kwam ook omdat hij op zijn rug en op de achterkant van zijn hoofd moest slapen, terwijl hier een open wond zat. Ondanks dat zou hij het zo weer doen. En dat doet hij ook! Volgend december gaat hij opnieuw. Dan laat hij zijn achterhoofd doen.

 

Ook legde hij uit hoe de operatie gedaan werd. Er werden namelijk eerst haarzakjes uitgehaald aan de achterkant van zijn hoofd. Deze 4000 haartjes werden daarna weer stuk voor stuk met de hand ingepland. Tijdens de operatie was meneer gewoon bij bewustzijn, want alleen zijn hoofd was verdoofd. Hij moest dus erg lang stil liggen.

 

Inmiddels zijn we alweer een tijdje verder. Hij moet zijn haar nu zo goed mogelijk verzorgen. Zo moet hij elke twee weken een vitamine boost halen. Dit moet acht keer, zodat zijn haren straks mooi, sterk en gezond zijn. Nu wordt het dus wachten totdat hij zijn nieuwe volle bos kan showen.

 

De Meesterproef: wat houdt dat eigenlijk in?

Eindwerk van het Technasium

Door: Rick Arentsen

Om erachter te komen wat de Meesterproef van
het Technasium inhoudt, heeft BruggertSnuggert meneer Berendsen geïnterviewd. Vanwege
het Corona-Virus dit keer via FaceTime.

Meneer Berendsen is docent Technasium en
daarnaast, samen met meneer Roetenberg, een van de coördinatoren van het
Technasium. Dat noemt men een Technator. Meneer Berendsen is al vanaf het begin
betrokken geweest bij het Technasium op Bonhoeffer College Bruggertstraat: “Het
Technasium bestaat landelijk 16 jaar dit jaar. Bij ons op school is het 15
jaar, wij zijn een jaar later begonnen.”

“Een Meesterproef”, vertelt meneer Berendsen, “is
het eindwerk van de Technasium-leerlingen.”“Leerlingen kunnen vanaf de brugklas
Technasium volgen. Eventueel kunnen ze vanaf de vierde klas Technasium kiezen
als examenvak en in het examenjaar werken de leerlingen het hele jaar lang aan één
project en dat heet de Meesterproef.”

Hoeveel leerlingen doen dit jaar de Meesterproef?

Dit jaar zijn er 25 leerlingen die de
Meesterproef doen. “Dat wisselt heel erg van jaar tot jaar,” legt meneer
Berendsen uit, “want dit jaar had ik 7 groepjes van havo en vwo samen en vorig
jaar had ik 15 groepjes.”

Gaat de Meesterproef individueel of in
groepjes?

Meneer Berendsen: “In principe in groepjes en
heel uitzonderlijk een keer individueel. Meestal is het gewoon in groepjes van drie
mensen, soms vier, soms twee, maar ongeveer drie mensen per groepje.”

Hoe komt een Meesterproef tot stand?

“Daar moeten de leerlingen best wel wat voor
doen!”, vertelt meneer Berendsen.

De leerlingen beginnen meestal al voor de
zomervakantie, in de voorexamenklas, dus 4 havo of 5 vwo. “Dan gaan de leerlingen
eerst kijken wat willen ze graag en wat kunnen ze. Ze gaan zichzelf eigenlijk
in kaart brengen: wat voor ervaring neem je mee als Technasiumleerling en waar
liggen mijn interesses.” Vanuit die documenten gaan de docenten teams maken. De
teams die daaruit ontstaan gaan dan vervolgens kijken wat voor soort opdracht ze
zouden willen doen en wat voor bedrijf daarbij zou passen.

Meneer Berendsen vervolgt: “Dan gaan de leerlingen
het liefst al voor de zomervakantie bedrijven benaderen om te kijken of die
bedrijven opdrachtgever zouden willen zijn. Dat is eigenlijk de aanloop en
vervolgens gaan ze de opdracht schrijven samen met het bedrijf. De opdracht die
ze samen maken, gaan ze dan uiteindelijk de rest van het jaar uitwerken.”

Maar heeft u dan van alle onderwerpen
verstand en hoe begeleidt u de leerlingen daarin?

“Ik heb natuurlijk natuurkunde gestudeerd, dus
van die onderwerpen heb ik verstand. Maar er zijn ook onderwerpen, zoals de
medische, waar ik echt bijna geen verstand van heb. En dit jaar hadden we een
meesterproef die ging over voeding en daar heb ik echt nul verstand van. Maar
op zich geeft dat niet, want dat is mijn rol ook niet. Ik hoef niet overal verstand
van te hebben.”

Eigenlijk zitten er twee kanten aan de
begeleiding en dat vindt meneer Berendsen wel leuk. De leerlingen hebben hun
opdrachtgever en daarnaast een expertbegeleider – voor de Havisten is dat
meestal iemand van Saxion die in dat vakgebied expert is en voor de VWO-
leerlingen is dat vaak iemand van de universiteit, een masterstudent of een
docent daar – dus die hebben de inhoudelijke expertise. De rol van meneer
Berendsen is vooral om te kijken hoe het proces gaat, hoe de leerlingen met
elkaar aan het werken zijn, worden afspraken nagekomen en hoe het zit met de
planning en dat soort dingen.

Meneer Berendsen: “Wat ik heel leuk vind, is dat
ik gewoon domme vragen kan stellen. Dat is denk ik ook nuttig. Die leerlingen
bijten zich helemaal vast in hun onderwerp en dan komen ze heel erg in
tunneltjes terecht en soms is het handig om even een domme vraag te stellen.”

Wat is de leukste Meesterproef die u zich kunt
herinneren?

“Er zijn heel veel leuke Meesterproeven
geweest moet ik eerlijk zeggen. Wat ik heel gaaf vond, was de eerste 10 die ik
heb gegeven! Er komen zelden tienen uit de Meesterproef, maar ik heb 2 tienen
gegeven en de eerste die hadden een rover, een karretje dat op de Jupitermaan
Europa zou moeten landen, hadden ze bedacht. Maar dat hadden ze op zo’n
geweldige manier uitgewerkt en zo gedetailleerd, dat was echt supergaaf! En ik
heb denk ik 2 jaar terug een Meesterproef gehad, dat was een eenling, dat was
een uitzondering, die had in zijn eentje een opdracht gemaakt voor een deurenbedrijf
in Haaksbergen. Dat ging om een speciale tafel, want de deuren moeten tijdens
de bewerking worden gekanteld en zo, maar die had dat ook supergaaf uitgewerkt,
terwijl hij ook nog in zijn eentje werkte.”

Meneer Berendsen vindt heel veel andere opdrachten ook gewoon heel gaaf, het zijn er eigenlijk te veel om op te noemen. Dit jaar was er een hele mooie Meesterproef om de smaak van sojamelk te verbeteren, een heel ander onderwerp bij een opdrachtgever hier in de buurt. Meneer Berendsen is er voorlopig dus nog niet op uitgekeken: “Het zijn echt hele gave dingen. Ik leer ontzettend veel erbij door met die Meesterproeven bezig te zijn!”

https://www.wur.nl/nl/Onderwijs-Opleidingen/Wageningen-Youth-Institute/Terugblik-Wageningen-Youth-Institute/Chantel-Hoeve-van-het-Ir-Lely-Lyceum-in-Amsterdam-wint-Wageningen-Youth-Institute-2020.htm

Eindwerk van het Technasium

Door: Rick Arentsen

Om erachter te komen wat de Meesterproef van het Technasium inhoudt, heeft BruggertSnuggert meneer Berendsen geïnterviewd. Vanwege het Corona-Virus dit keer via FaceTime.

Meneer Berendsen is docent Technasium en daarnaast, samen met meneer Roetenberg, een van de coördinatoren van het Technasium. Dat noemt men een Technator. Meneer Berendsen is al vanaf het begin betrokken geweest bij het Technasium op Bonhoeffer College Bruggertstraat: “Het Technasium bestaat landelijk 16 jaar dit jaar. Bij ons op school is het 15 jaar, wij zijn een jaar later begonnen.”

“Een Meesterproef”, vertelt meneer Berendsen, “is het eindwerk van de Technasium-leerlingen.”“Leerlingen kunnen vanaf de brugklas Technasium volgen. Eventueel kunnen ze vanaf de vierde klas Technasium kiezen als examenvak en in het examenjaar werken de leerlingen het hele jaar lang aan één project en dat heet de Meesterproef.”

Hoeveel leerlingen doen dit jaar de Meesterproef?

Dit jaar zijn er 25 leerlingen die de Meesterproef doen. “Dat wisselt heel erg van jaar tot jaar,” legt meneer Berendsen uit, “want dit jaar had ik 7 groepjes van havo en vwo samen en vorig jaar had ik 15 groepjes.”

Gaat de Meesterproef individueel of in groepjes?

Meneer Berendsen: “In principe in groepjes en heel uitzonderlijk een keer individueel. Meestal is het gewoon in groepjes van drie mensen, soms vier, soms twee, maar ongeveer drie mensen per groepje.”

Hoe komt een Meesterproef tot stand?

“Daar moeten de leerlingen best wel wat voor doen!”, vertelt meneer Berendsen.

De leerlingen beginnen meestal al voor de zomervakantie, in de voorexamenklas, dus 4 havo of 5 vwo. “Dan gaan de leerlingen eerst kijken wat willen ze graag en wat kunnen ze. Ze gaan zichzelf eigenlijk in kaart brengen: wat voor ervaring neem je mee als Technasiumleerling en waar liggen mijn interesses.” Vanuit die documenten gaan de docenten teams maken. De teams die daaruit ontstaan gaan dan vervolgens kijken wat voor soort opdracht ze zouden willen doen en wat voor bedrijf daarbij zou passen.

Meneer Berendsen vervolgt: “Dan gaan de leerlingen het liefst al voor de zomervakantie bedrijven benaderen om te kijken of die bedrijven opdrachtgever zouden willen zijn. Dat is eigenlijk de aanloop en vervolgens gaan ze de opdracht schrijven samen met het bedrijf. De opdracht die ze samen maken, gaan ze dan uiteindelijk de rest van het jaar uitwerken.”

Maar heeft u dan van alle onderwerpen verstand en hoe begeleidt u de leerlingen daarin?

“Ik heb natuurlijk natuurkunde gestudeerd, dus van die onderwerpen heb ik verstand. Maar er zijn ook onderwerpen, zoals de medische, waar ik echt bijna geen verstand van heb. En dit jaar hadden we een meesterproef die ging over voeding en daar heb ik echt nul verstand van. Maar op zich geeft dat niet, want dat is mijn rol ook niet. Ik hoef niet overal verstand van te hebben.”

Eigenlijk zitten er twee kanten aan de begeleiding en dat vindt meneer Berendsen wel leuk. De leerlingen hebben hun opdrachtgever en daarnaast een expertbegeleider – voor de Havisten is dat meestal iemand van Saxion die in dat vakgebied expert is en voor de VWO- leerlingen is dat vaak iemand van de universiteit, een masterstudent of een docent daar – dus die hebben de inhoudelijke expertise. De rol van meneer Berendsen is vooral om te kijken hoe het proces gaat, hoe de leerlingen met elkaar aan het werken zijn, worden afspraken nagekomen en hoe het zit met de planning en dat soort dingen.

Meneer Berendsen: “Wat ik heel leuk vind, is dat ik gewoon domme vragen kan stellen. Dat is denk ik ook nuttig. Die leerlingen bijten zich helemaal vast in hun onderwerp en dan komen ze heel erg in tunneltjes terecht en soms is het handig om even een domme vraag te stellen.”

Wat is de leukste Meesterproef die u zich kunt herinneren?

“Er zijn heel veel leuke Meesterproeven geweest moet ik eerlijk zeggen. Wat ik heel gaaf vond, was de eerste 10 die ik heb gegeven! Er komen zelden tienen uit de Meesterproef, maar ik heb 2 tienen gegeven en de eerste die hadden een rover, een karretje dat op de Jupitermaan Europa zou moeten landen, hadden ze bedacht. Maar dat hadden ze op zo’n geweldige manier uitgewerkt en zo gedetailleerd, dat was echt supergaaf! En ik heb denk ik 2 jaar terug een Meesterproef gehad, dat was een eenling, dat was een uitzondering, die had in zijn eentje een opdracht gemaakt voor een deurenbedrijf in Haaksbergen. Dat ging om een speciale tafel, want de deuren moeten tijdens de bewerking worden gekanteld en zo, maar die had dat ook supergaaf uitgewerkt, terwijl hij ook nog in zijn eentje werkte.”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1.jpg

Meneer Berendsen vindt heel veel andere opdrachten ook gewoon heel gaaf, het zijn er eigenlijk te veel om op te noemen. Dit jaar was er een hele mooie Meesterproef om de smaak van sojamelk te verbeteren, een heel ander onderwerp bij een opdrachtgever hier in de buurt. Meneer Berendsen is er voorlopig dus nog niet op uitgekeken: “Het zijn echt hele gave dingen. Ik leer ontzettend veel erbij door met die Meesterproeven bezig te zijn!”


Praktijkvoorbeeld over het verbeteren van de smaak- en schuimkwaliteit van biologische sojamelk.

Door: Rick Arentsen

Het interview dat BruggertSnuggert onlangs had met meneer Berendsen over wat de Meesterproef inhoudt, smaakt naar meer! Als vervolg hierop in dit artikel een interview via Skype met Kimia Shoae Bargh, die samen met Jurre de Ruiter en Ruben Wartena een Meesterproef uitvoerde over sojamelk. Het team won met deze opdracht de tweede prijs tijdens de Wageningen Youth Institute 2020 van de World Food Prize Foundation.

Wat hield jouw Meesterproef in?

Kimia: “Mijn Meesterproef was een opdracht van het bedrijf ‘De nieuwe melkboer’ en de opdracht was eigenlijk om biologische sojamelk zo te maken dat het op natuurlijke wijze een betere smaak heeft en beter schuim geeft in koffie.” Voor deze opdracht heeft het team een aantal experimenten gedaan en vooral ook heel veel brononderzoek, waarna ze een verslag en aanbeveling hebben geschreven.

Hoe kwam je op dat onderwerp?

Kimia: “De opdrachtgever is een bedrijf van een oud-leerling van meneer Berendsen en hij had altijd al een soort van samenwerking tussen een team en dat bedrijf in gedachten. Wij hebben ons eigenlijk aangeboden om dat te doen, omdat wij het persoonlijk wel een interessant bedrijf vonden. En iemand uit onze groep wilde ook studeren met voedseltechnologie en vandaar dat wij hiervoor hebben gekozen.”

Hoe ging de taakverdeling?

Kimia: “De taakverdeling ging erg goed en de communicatie tussen de groepsleden was ook sterk waardoor de balans in de taken goed was. Bijvoorbeeld, ik ben misschien beter in brononderzoek en iemand anders is beter in presentaties dus zo hebben we dat een beetje verdeeld.” Goede communicatie is dus belangrijk voor de Meesterproef. Kimia vervolgt: “We hebben ook meerdere keren gewoon samen voor langere periode gewerkt aan bijvoorbeeld experimenten, dus eigenlijk was iedereen ook wel even betrokken en dat hielp ook wel bij de Meesterproef.”

Kwam je nooit vast te zitten in het project?

Kimia: “Vast wel een keer, ja. Het was eigenlijk ook wel zo dat ons project altijd wel iets had om nog verder uit te breiden, niet dat je denkt van nu heb ik alles, maar het project voelde nooit af en je kon altijd wel een stap extra zetten. Dus in dat opzicht hadden we wel altijd wat te doen.” Kimia legt uit dat ze tijdens de vakanties niet altijd bezig waren met de opdracht en daarom op het laatst wel heel veel moesten doen. Dat was wel een beetje vervelend.

Afbeelding met fles, binnen, tafel, zitten

Automatisch gegenereerde beschrijving

Wat hebben jullie bedacht?

Kimia: “Wij hebben dus bedacht dat we sojamelk op smaak brengen met behulp van havermelk en daar hebben we ook experimenten mee gedaan. We hebben een smaakpanel gehouden om te kijken wat mensen er van vonden. En we hebben schuimexperimenten gedaan, hoe goed het schuim is als je het mengt met havermelk. Uiteindelijk hebben wij dus gekeken naar welke verhouding het beste is. Omdat wij op school ook niet alles konden testen, hebben we met brononderzoek een soort van aanbeveling geschreven van hoe kan de sojamelk verder ontwikkeld worden terwijl het ook nog steeds een biologisch product blijft en dat is eigenlijk wat wij als product hebben.”

Wat vond je het moeilijkst, wat vond je het makkelijkst en wat vond je het leukst?

Kimia vond het het moeilijkst om op gang te komen. “Aan het begin hadden we nog niet heel veel motivatie om buiten school dingen te doen, maar naarmate we steeds verder kwamen en steeds meer nieuwe oplossingen zagen en naarmate het eind dichterbij kwam, was het voor ons wel makkelijker om te denken ‘Nu moeten we wel echt aan het werk, nu moeten we wel iets gaan doen.’ Dus in het begin was dat moeilijk, maar later werd dat steeds makkelijker.”

Volgens Kimia was het makkelijk om met ideeën te komen van wat ze konden doen, want het was echt een heel open project over hoe je de smaak verbetert en dat kan op heel veel verschillende manieren.

Kimia gaat enthousiast verder: “Ik vond het het leukst hoe serieus we werden genomen, want het bedrijf waar we mee samen werkten is eigenlijk een start-up bedrijf en dit was echt een actueel probleem voor hen. Onze opdrachtgever had ook heel veel aan het verslag dat wij uiteindelijk hadden gemaakt en het was echt ook heel fijn om te horen dat ze er heel blij mee waren en dat ze het ook echt gaan gebruiken. Dat maakte het voor ons ook echt en dat gaf ons ook meer motivatie om verder te gaan.”

Kun je iets meer vertellen over de wedstrijd in Wageningen?

Kimia: “Normaal gesproken gaat de expertbegeleiding via de UT, maar voor ons project was er niet echt een studie die daar op aansloot. Dus toen heeft meneer Berendsen in Wageningen gezocht en eigenlijk de enige manier waarop we expertbegeleiding konden krijgen, was als we meededen aan die wedstrijd.” Kimia vindt dit wel een leuk bijkomertje, zeker omdat ze daar ook hun best voor hebben gedaan en omdat ze tweede zijn geworden; dat voelde ook best wel leuk! Kimia vertelt: “Maar wat die wedstrijd nou precies inhoudt, dat is eigenlijk het wereldvoedselvraagstuk – namelijk dat wij in 2050 misschien niet genoeg levensmiddelen hebben, voedingsmiddelen om de bevolking te voeden – en daar moesten we dan een oplossing voor zoeken. Omdat onze sojamelk dus plantaardig is, sloot dat er wel goed bij aan en het was heel leuk om te doen eigenlijk, om te zien hoeveel ideeën mensen eigenlijk hebben en hoe serieus het eigenlijk werd genomen.”

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd bij 6 jaar Technasium?

Kimia denkt dat vooral de vaardigheden die je hoort te leren bij Technasium belangrijk zijn. Ze merkte dat je vooral in de onderbouw veel projecten doet en dan nog niet per se merkt dat je er iets van leert. Maar in de bovenbouw zag ze echt een stijgende lijn, qua onderzoekvaardigheden en hoe je leert plannen en hoe je leert samenwerken. “Dat zijn gewoon dingen die je heel onbewust leert, maar pas als je er op terugblikt, dan merk je hoe nuttig O&O eigenlijk is.” Kimia gaat verder: “Dat heb ik ook meegemaakt met de Meesterproef, want dat is ook precies iets wat je op de universiteit zou kunnen krijgen. Het geeft mij ook een voorsprong wat dat betreft en dat vind ik echt heel fijn aan O&O: dat je wordt klaargestoomd voor het ‘echte werk’. Ik kan het iedereen aanraden!”

Wat ga je na de Bruggertstraat doen?

Volgend jaar gaat Kimia Geneeskunde studeren in Leiden. “Dan ga ik hier weg helaas, maar ik kijk er wel naar uit om dat te gaan studeren.”

Talenten van de toekomst staan te trappelen.

Groep 8 leerlingen krijgen een indruk van Bruggerstraat door de Talentmiddagen

Het is altijd spannend, de overgang van groep 8 naar de brugklas. Nog moeilijker is het om een goede school te kiezen die bij je past. Daarom konden groep 8 leerlingen tijdens de Talentmiddagen op 5 en 12 februari alvast kennis maken met de Bruggertstraat.

Op twee woensdagmiddagen krijgen de leerlingen uit groep 8 de keuze uit verschillende vakken die zij kunnen gaan uitproberen. In 2 lessen van elk 45 minuten krijgen ze te zien wat het inhoudt en kunnen ze uitvinden of deze school bij hen past. De eerste kinderen stonden al vòòr half 3 in het Atrium te trappelen van ongeduld om te beginnen met de lessen. Sommige leerlingen werden nog gebracht door hun ouders, maar die waren misschien nog wel nerveuzer dan hun kind over hoe de middag zou verlopen. Voor de meeste kinderen is het wel wennen dat Bruggertstraat veel groter is dan hun basisschool en het wisselen tussen lessen zijn ze ook niet gewend. Maar het is goed gegaan!

Dit jaar deden er 139 leerlingen mee met de Talentmiddagen. Ze hadden de keuze uit verschillende vakken: Business School, Klassieke talen, Lichamelijke opvoeding, Technasium, Techniek en Tekenen. Bij de Business School hebben de kinderen kennis gemaakt met het vak van reclame, bij Techniek hebben ze gewerkt aan een “trilrobot” en bij tekenen hebben ze zich creatief mogen uiten met behulp van verschillende pasta’s. De Bruggert Snuggert redactie keek mee met een les Klassieke talen en Technasium.

Bij Klassieke talen ging het over het ontstaan van de mensheid en waar de mens vandaan komt. Die vraag stelde meneer Algera aan de groep 8-ers en hij vertelde er een verhaal over waar de kinderen geboeid naar luisterden. Ze kregen de opdracht om een vraag te bedenken over wat ze raar vinden in de wereld en daar een verhaal over te schrijven.

Bij het Technasium moesten de kinderen bezig gaan met nieuwe ideeën voor het schoolmeubilair. Tijdens de eerste les werden er groepjes gemaakt en hard gebrainstormd. Terwijl de kinderen aan het werk waren, hielpen de docenten hen. De kinderen moesten in de tweede les al hun presentatie in orde maken en de verdeling bedenken. Aan het eind van de les moesten ze presteren voor de docenten.

Afbeelding met binnen, kantoor, muur, vloer

Automatisch gegenereerde beschrijving

BruggertSnuggert interviewde een van leerlingen uit groep 8 die meedeed met de Talentmiddagen.

Had je vooraf al bij andere scholen gekeken en wat vond je daarvan?

‘Bij mij ging de keuze vooral tussen Bruggertstraat en Kottenpark. Daar ben ik tijdens de open dagen en informatieavonden ook geweest. Toen begon ik mezelf af te vragen hoe ik een keuze kon maken en daarom kom ik naar de Talentmiddagen.’

Hoe vond je de Talentmiddagen?

‘De Talentmiddagen waren voor mij wel de bevestiging voor Bruggertstraat. Ik vond het leuk om een keer de lessen mee te maken en te zien hoe de school was. De leraren gaven leuk les en er waren leuke opdrachten. Nu lijkt het me nog leuker om naar Bruggertstraat te gaan en nu weet ik wat ik kan verwachten. Bij het Technasium was het alleen wel een beetje druk.’

Kun je het andere kinderen aanraden en waarom?

‘Ja, ik kan het andere kinderen zeker aanraden, want ik vond het een leuke uitdaging en het is toch heel iets anders dan een open dag. Het kan helpen bij de keuze van je school. En misschien kom je al kinderen tegen die ook naar Bruggertstraat gaan of zelfs al kinderen die bij je in de klas komen.’

‘Ik vind Technasium echt een geweldig vak om te geven’


P.J Roetenberg

 

Als je op Technasium zit, heb je hem misschien wel eens gezien. Of misschien is hij wel je leraar. Laatst heb ik meneer Roetenberg geïnterviewd. Ik vroeg hem wat Technasium inhoudt en dit is wat hij zei:

‘Hier bij het vak Technasium werk je vaak in opdracht van bedrijven. Je hebt 8 weken om een oplossing te vinden en de opdrachtgever te verbazen.’ Hij vindt het vak ontzettend leuk omdat je in groepjes mag werken en je hebt veel vrijheid om zelfstandig te werken. Elk kwartiel wordt hij weer verrast door de leerlingen en soms denkt hij: ‘Wow, had ik dat zelf maar bedacht.’

 

Meneer Roetenberg heeft helaas zelf nog nooit een oplossing voor een bedrijf bedacht en een prototype gemaakt, maar dit zou hij graag een keer willen doen. Hij geeft zijn leerlingen veel vrijheid, met af en toe een grapje en hij is alleen streng als het moet. Het minst leuke aan Technasium vindt hij dat hij leerlingen de hele tijd moet zeggen dat ze hun persoonlijke verslag (PV) nog moeten maken.

 

De leukste klas om les aan te geven vindt hij de brugklas, omdat je hen het meest kan leren. Het leukste project van de afgelopen jaren was die van 3 jaar geleden, toen moesten de leerlingen een app ontwikkelen. Het leukste gedeelte van het lokaal vindt hij de werkplaats, want dan zie je de ideeën tot leven komen. Hij vindt alle opdrachtgevers even leuk, omdat ze het supergaaf vinden dat bedrijven hun problemen bij hun neerleggen.

Een schooldag zonder problemen


Op onze school zijn heel wat mensen waarvan we eigenlijk niet weten wat ze doen. Daarom gaan wij deze beroepen onderzoeken. We zijn begonnen bij de conciërges, want wij geloven dat deze ondergewaardeerd worden. Om meer over de conciërges te weten te komen, hebben we ze geïnterviewd.

 

De eerste vraag die we ze stelden was wat de baan van een conciërge eigenlijk inhield. Hier konden ze niet echt één antwoord op geven, aangezien het elke dag weer wat anders is dat ze moeten doen. Om toch een bondig antwoord te geven, zeiden ze dat het hun taak is om leerlingen en leraren zonder problemen door hun dag te kunnen laten gaan. Dit kunnen hele verschillende dingen zijn zoals kleine onderhoudsklusjes, het helpen met roosters en het helpen van leraren.

 

Vervolgens hebben we gevraagd wat de grootste misvatting is over hun beroep. Dit waren er toch een aantal. Onder andere dat de conciërges politietje op school moeten spelen maar ook dat ze vaak chagrijnig zijn. Hierover zeiden ze dat ze het heel jammer vinden dat ze niet echt gewaardeerd worden en dat ze alleen opvallen als ze mensen moeten aanspreken op hun gedrag. Op de vraag waarom ze vaak boos kijken moesten ze erg lachen. “Dat is gewoon ons gezicht” aldus de conciërges. “Als de leerlingen ook een keer met ons in gesprek zouden gaan zien ze een totaal andere kant.”

 

Ook hebben we gevraagd wat het leukste en het minst leuke is aan het zijn van conciërge. Hierop antwoordden ze dat ze het leukste vinden dat er veel afwisseling is, waardoor geen dag hetzelfde is. Verder vinden ze de omgang natuurlijk ook erg leuk. Minder leuke dingen zijn dat ze erg veel werk verrichten maar dat de leerlingen dit niet opmerken en erg negatief zijn. Ook het beeld van het politie spelen vinden ze niet leuk. Bedenk maar eens hoe de school eruit zou zien zonder conciërges die ons aanspreken op troep die wij toch echt wel maken 🙂

 

Als laatste hebben we gevraagd of de conciërges zelf nog toevoegingen hadden. Toen kregen we te horen dat de conciërges er ook zijn om te luisteren naar onze verhalen of problemen met bijvoorbeeld leraren. Want ook de conciërges zijn vertrouwenspersonen en kunnen je proberen te helpen met je problemen. Maar ze kunnen ook gewoon luisteren als je even iets kwijt wilt.

 

Wij zijn toch heel wat nieuwe dingen te weten gekomen over onze conciërges, en hebben grote waardering voor het werk dat ze verrichten. We hopen ook dat iedereen nu wat positiever wordt over deze superhelden. De school zou immers niet hetzelfde zijn zonder onze conciërges.

77F53A4A-FE57-40DC-97EC-1E0FC754E7F8